zaterdag 24 oktober 2009

' Halloween 2009'

Dracula Mathis, de weerwolf Kristof en de heks Manou, gingen eerst de heks Kübra halen. Met de auto reden we naar het park Claeys Bouüaert. Het was lang wachten tot de griezelbus er was.

In de griezelbus vertelde ze ons een verhaaltje:
'Vroeger in het park Claeys Bouüaert leefde een beeldschoon meisje. Alle ridders probeerden het meisje te zien. Maar het lukte niet, want ze werden telkens tegengehouden door haar vader. Maar de dapperste ridders gaven niet op. Het leven van het meisje was heel naar. Ze mocht nooit naar buiten. Daarom schreef ze een brief. Ze maakte het vast aan de pootjes van de vogeltjes die bij het raam kwamen zitten. Ze schreef altijd hetzelfde: 'Ik wil leven, ik wil naar buiten.' Als haar vader dat wist sloot hij haar op. Ze kon ontsnappen. Ze werd opgejaagd door de griezels. Ze viel in het water en verdronk.
Elke griezel had een stukje van het beeldschoon meisje. Haar vader was zo triestig. Hij had aan de bodem van het water gezocht. Hij vond nooit iets van zijn dochter terug.
Maar 100 jaar later zat er een visser bij het water en hij vond de schedel van het meisje.

Dan stapten we uit de griezelbus. We hadden weinig zaklampen mee daarom stapten we gewoon door. We zagen het pad. Dan zagen we de drie griezelige juffen.
Dan kwamen we bij de tovenaar Ruth. Ze zei: ‘Er zit een botje tussen de twee bomen’. We vonden het niet. Toen gaf de tovenaar ons een botje. Daarna liepen we gewoon door. Opeens kwam griezelige Maaike en nog iemand griezeligs. We waren geschrokken. Griezelige Maaike gaf ons een botje.
Dan kwamen we bij de heks Jeanine. 'Niet aan mijn ketel komen è, è, è'; zei ze met een heksenstemmetje en ze duwde haar bezem naar voor. Wij keken in de ketel en we pakten er een botje uit. Dan staken we een brugje over. Dan zagen we het spook Anneke. Daar mochten we drie keer zeggen: ‘Ik wil naar buiten, ik wil leven!’. Dan kregen we een botje. Spook Anneke was niet eng. Maar we vonden het moeilijk om haar te herkennen. Dan kwamen we bij Dracula Edwin die lag in een doodkist. Hij stak een botje in de lucht en dan weer naar beneden. Niemand durfde het botje te pakken. Dracula Mathis pakte het botje meteen. We liepen door. Dracula Mathis liep achteraan. Dracula Edwin achtervolgde ons. Dracula Mathis wist van niks. Opeens zei Dracula Edwin, ‘Boe!’
Dracula Mathis liep naar voor omdat hij zo verschoten was van Dracula Edwin. Dan kwamen we bij Frankenstein Jeroen. Hij vroeg aan Dracula Mathis of hij kon graven. Dracula Mathis begon te graven en hij vond een botje.
Toen kwamen alle groepen samen. We dronken soep en chocolademelk. Dan mochten we alle botjes op een doos gooien en dan mochten we drie keer zeggen: ‘Ik wil naar buiten/ik wil leven!’! En dan kwam Maaike; het beeldschoon meisje uit de doos. Griezelige Jef zei: ‘De griezel is ook het beeldschoon meisje!’

Toen zeiden de juffen wie ze waren. Dan gingen we naar huis.


Einde
geschreven door Manou Claeys op 19 november 2009





Geen opmerkingen:

Een reactie posten